Naar inhoud

Monumenten

Seizoenarbeiders en kantwerksters

Wingenestraat (plein tegenover de kerk) in Sint-Maria-Aalter

De huidige parochie Sint-Maria-Aalter genoot in het Aalterse en omgeving lange tijd  geen al te beste reputatie. In de Aalterse negentiende-eeuwse archieven zijn nog krasse staaltjes te vinden van de laatdunkende houding van de lokale bestuurders tegenover het lage beschavingspeil van de bosmensen in deze wijk.

Feit is dat de bevolking tot ongeveer het eerste kwart van de twintigste eeuw in armoedige omstandigheden leefde. Circa 1900 haalden heel wat gezinnen hun meestal enige inkomen uit de seizoenarbeid (bietenoogst, jeneverstoken in de winter, ...) en het kantklossen. Er was ook massale emigratie naar de Verenigde Staten (op het Hoekske heeft iedereen familie in Amerika ...).

Als aandenken aan deze trimards of fransmans en spellewerksters werden twee kleine monumenten, met de voorstelling van hun typische werktuigen, een bietenvork en -mes en een reuzenkantklos, op het kerkplein geplaatst. Ze werden ontworpen door kunstenaar Cyr Frimout en zijn uitgevoerd door de kunstsmederij van Aalter, onder leiding van Omer Loontjes. Deze postume eerbetuigingen werden opgericht in 1974, het jaar waarin het millennium van Aalter werd gevierd.

Oude Dorpspomp Bellem

Dorpsplein Bellem

Sinds eind december 2001 siert de twee en een halve meter hoge gietijzeren waterpomp opnieuw de Bellemse dorpskern.

Na de uitzonderlijk droge zomer van 1858 stelde mevrouw Jeanne De Naeyer-Van Caeneghem voor de Bellemse bevolking een waterpomp te schenken. De toenmalige raad stemde hier uiteraard mee in. De Bellemnaars kregen door de dorpspomp schoon en onbesmet water. Omstreeks 1900 is de pomp van het dorpsplein weggehaald en vond ze een nieuwe plaats in het domein Mariahove. Het gemeentebestuur besliste de pomp te restaureren en opnieuw naar haar oorspronkelijke plaats, bij de linden aan de kerk te verhuizen.

Vijfringenkruis 

Hoek Hageland – Vijfringenstraat Dr. M.A. haus – Vijfringengoed in Aalter

Langs de oude Brugse heirweg stond ongeveer halfweg tussen Brugge en Gent een vermaarde hostelrie ende herberghe, de Vijf Ringen genaamd. De reizigers, die van de Brugse heirweg gebruik maakten, konden halt houden bij de Vijf Ringen, om hun paard te laten rusten en zelf een frisse kan bier te drinken.

Tijdens de godsdiensttroebelen werd bij de Vijf Ringen, als bescherming tegen de invallen van de Hollandse Vrijbuiters, een klein fort gebouwd. Door de rondtrekkende troepen werd het platteland zeer onveilig gemaakt, zodat nog weinig reizigers op stap durfden te gaan. De hofstede en de herberg werden dan ook verlaten en kwamen volledig tot verval. Na de godsdiensttwisten is de rol van de Vijf Ringen als herberg uitgespeeld en werd het een gewoon landbouwbedrijf. De huidige eigenaar heeft daar nu een villa gebouwd middenin een prachtig park. De hofstede, die bij de eigendom hoort, heeft haar oorspronkelijke karakter nog goed bewaard.

Nabij de Vijf Ringen staat een opmerkelijk veldkruis, omgeven door het groen van de lindebomen. Over de oprichting van het kruis is weinig geweten. Het kruis van de Vijf Ringen staat vermoedelijk op of dichtbij de plaats waar Walter de Marvis, bisschop van Doornik, een kruis tekende tijdens zijn rondreis in 1242. Tijdens die reis wou hij de grenzen van een aantal parochies vastleggen.

Aan de voet van het kruis werd een gedenksteen geplaatst. Die herinnert aan leden van de familie Haus, omgekomen in Duitse concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog, en aan luitenant-kolonel August Haus, commandant bij het Geheim Leger.

Aalterse oorlogsmonumenten

Gedenkteken WO I aan de Sint – Corneliuskerk in Aalter

Na de Eerste Wereldoorlog richtte het Aalterse gemeentebestuur in de schaduw van de Sint-Corneliuskerk een voor die tijd vrij indrukwekkend gedenkteken op. Daarop staan de namen van 38 soldaten en 23 burgers die door de oorlog de dood vonden. Het monument beeldt een soldaat af, met het toenmalige Aalterse wapenschild, gevat in een symbolische kruisvorm. De plaats van dit oorlogsmonument, naast de kerk, is ideaal om jaarlijks de slachtoffers te herdenken. Het monument werd eind 1919 plechtig ingewijd.

Gedenkteken WO I aan de Heilige Kruiskerk in Lotenhulle

Aan de rechterzijde van de Heilige Kruiskerk in Lotenhulle is ‘de gedenksteen van de gesneuvelde soldaten van Lotenhulle’ te bezichtigen. De gedenksteen werd geplaatst op vraag van de toenmalige burgemeester Georges Hulin De Loo en werd onthuld op 17 april 1921. Lotenhulle kreeg een van de mooiste oorlogsaandenkens van de regio. In een centrale rondboognis staat een trotse soldaat en aan beide zijden komt een medaillon voor met een in bas-reliëf uitgewerkte engelenfiguur waarvan de stijl duidelijk aansluit bij de Art Nouveau van voor de oorlog. Het monument is van de hand van de bekende Gentse beeldhouwer Geo(rges) Verbanck. Het plaatsen van dit beeld, verliep echter niet zonder slag of stoot. Hier kan je de anekdote nalezen.

Monumenten WO II aan het Oud Gemeentehuis en Ter Walle

De Tweede Wereldoorlog woog op Aalter en zijn bevolking nog zwaarder dan de Eerste. Daarvan getuigen twee bescheiden monumenten. Het eerste is een gedenkplaat aan de zijkant van het voormalige gemeentehuis. Ze werd opgericht voor de gefusilleerde verzetsstrijders Adhemar De Poorter, Omer De Bruyne, Theophiel De Vos en Bernard Fléchy.

Adhemar De Poorter, kunstschilder van beroep, weigerde als reserveofficier onder de bezetter in het leger te gaan. Hij richtte een plaatselijke verzetskern op en sloot zich aan bij de overkoepelende verzetsgroep Geheim Leger. Hij werd verklikt nadat hij documenten had overgebracht naar zijn contactpersoon in Brussel en kwam voor het vuurpeloton op 2 september 1943. Ook Omer De Bruyne, Theofiel De Vos en Bernard Fléchy, medestanders van Adhemar De Poorter, werden gefusilleerd. De gedenkplaat is eenvoudig en bescheiden en lijkt op het monument voor de Eerste Wereldoorlog.

Aalter werd bevrijd door de 1ste Poolse panterdivisie, onder leiding van generaal Stanislas Maczek. Heel wat Polen vochten verbeten aan de zijde van de geallieerden, terwijl de Duitse troepen lelijk huishielden in hun thuisland. Op 9 september 1944 trokken de Poolse strijdkrachten het centrum van Aalter binnen en na de nodige schermutselingen en chaotische toestanden, riepen de Aalternaren 11 september uit tot Vliegende maandag.

Aalter was zijn Poolse bevrijders bijzonder dankbaar. Op 3 december 1976 werd het Polenmonument in Aalter onthuld door generaal Maczek. De gestileerde vedertooi is het embleem van de Poolse pantserdivisie en verwijst naar het hoofddeksel dat de Poolse huzaren in 1683 droegen bij de Slag van Wenen.

Bronnen

- Appeltjes van het Meetjesland, ‘Meetjeslandse Oorlogsmonumenten’, ‘Aalterse oorlogsmonumenten’ door Peter Laroy, nr. 54, 2003, blz. 244-252 en ‘Twee oorlogsmonumenten’ door Arnold Strobbe, idem blz. 236-239

- A. Strobbe, ‘Lotenhulle, een verhaal van mensen’, Roeselare, 1990, blz. 112-115

- A. Demey, ‘Geo Verbanck beeldhouwer’, Gent, 1995, 64 blz.

- A. Strobbe, ‘Lotenhulle in den oorlog 1914-‘18’ in Dorp in de Spiegel, Lotenhulle-Poeke, 1987, blz. 118-144

- Gemeenteraadsverslagen Lotenhulle, 1919-1921

Meer info

Relevante info