Naar inhoud

Flor Grammens (1899-1985)

Voorvechter van de Nederlandse taal

Florimond Grammens werd in 1899 in Bellem geboren als zoon van Frederick Grammens en Maria Gelaude, beiden van boerenafkomst. Hij studeerde aan het College van Eeklo en daarna aan de Normaalschool van Sint-Niklaas. In 1918 dook hij onder en werd bij de bevrijding door de Belgische troepen vrijwillig brancardier bij het veldleger. In 1920 werd hij leraar in Ronse, wat hij bleef tot 1929.

Flor Grammens werd actief flamingant, vooral doordat hij als leraar aan de taalgrens de onrechtvaardige en onwettelijke toestanden leerde kennen en in 1927 een voetreis langs de hele taalgrens maakte. Dit resulteerde in de oprichting van de taalgrensactie.

In 1931 begon hij zelf voor tweetaligheid te zorgen in die taalgrensgemeenten die bleven weigeren de taalwetten toe te passen. Dit leidde tot processen die gevoerd werden in de provincies Luik en Henegouwen, waar hij als eerste voor Waalse rechtbanken rechtspleging in het Nederlands eiste.

Een nieuwe periode in de taalgrensactie begon toen Flor Grammens op 9 januari 1937, in witte schilderskiel, de Franstalige straatnaamborden en wegwijzerplaten in de taalgrensstad Edingen overschilderde. Deze en andere acties genoten veel bijval en talrijke Vlaamse studenten sloten zich aan bij wat zij de nieuwe Vlaamse schildersschool noemden. Overal waar ze maar konden, voerden ze actie en organiseerden ze meetings en andere manifestaties. In de pers en het parlement ontstond daarover heel wat rumoer. De campagne duurde drie jaar tot uiteindelijk de eentaligheid van Vlaanderen werd verkregen.

Grammens verbleef nog maar eens in de gevangenis toen hij in 1939, bij een onvoorziene parlementsverkiezing, als onafhankelijk kamerlid werd verkozen. Grammens, die in deze periode (1937-1940) de Raad der Daad stichtte, wou nooit lid van een partij worden om zo onafhankelijk mogelijk en met zoveel mogelijk Vlaamsgezinden te kunnen optreden. Hij kantte zich tegen politieke collaboratie in de Tweede Wereldoorlog, maar aanvaardde lid en daarna voorzitter te worden van de Commissie voor Taaltoezicht. Onder zijn leiding werden door die Commissie onderzoeken ingesteld naar de toepassing van de taalwetten in de taalgrensgemeenten en de hoofdstedelijke agglomeratie.

Zo bleek dat in de Brusselse gemeenten talrijke Vlaamse kinderen onwettig in Franstalige klassen waren ondergebracht. Veel kinderen werden overgeplaatst naar Nederlandstalige klassen, wat na de bevrijding voor een groot deel weer ongedaan werd gemaakt. Grammens, die argumenteerde dat hij alleen de taalwetten toepaste, werd na de bevrijding, ondanks zijn parlementaire onschendbaarheid, opgesloten. Zijn woning werd geplunderd. Hij kreeg een gevangenisstraf van zes jaar, waarvan hij er vier heeft uitgezeten.

In 1956 hielp hij de Vlaamse Volksbeweging heroprichten en trad hij onder meer op tegen de eentalig Franse opschriften op de wereldtentoonstelling in Brussel en later tegen de Franstalige reclameteksten aan de kust en elders in Vlaanderen. Hij bleef ook ontelbare voordrachten geven en wendde overal waar hij kon zijn invloed aan om mistoestanden te signaleren en te verhelpen.

In 1975 kocht het Grammensfonds het geboortehuis van Flor Grammens en schonk het aan het gemeentebestuur van Bellem. Hij overleed in Deinze in 1985.

Meer informatie:

Geertrui De Zutter en Koen Parmentier, Rebel voor Vlaanderen. Leven en werk van Flor Grammens, Aalter, 1992.

 

Meer info